Heeft de toverformule evidence-based practice in de zorg zijn langste tijd gehad?

- 22 juni 2017 -

Deze maand publiceerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna ook: de Raad) het rapport ‘Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg’.[1] Het rapport is als een aangename bries op een warme zomerdag: het wijst het verabsoluteren van bewijs af omdat de zoektocht daarnaar volgens de Raad een illusie is. In plaats daarvan zijn ook andere kennisbronnen nodig die evidence-based practice (EBP)[2] onderbenut: klinische expertise, lokale kennis, kennis afkomstig van patiënten, kennis van de context (de leefomstandigheden en voorkeuren van patiënten, de setting waarin zorg plaatsvindt) en van de waarden die in het geding zijn. De Raad komt tot die conclusie op basis van het volgende.

I.          Zorg vindt plaats in een context waarin de vraag wat goede zorg is een rol speelt. Wat het goede is om te doen kan echter per patiënt en per situatie verschillen en bovendien zijn opvattingen over wat goede zorg is aan verandering onderhevig, aldus de Raad.

II.         EBP staat los van de professional en de patiënt als persoon. Er zijn bijvoorbeeld vormen van zorg die niet volgens de methodiek van EBP kunnen worden onderzocht, aldus de Raad. Denk daarbij bijvoorbeeld aan zeer zeldzame aandoeningen.

III.        EBP werkt volgens de Raad ongewenste standaardisering van zorg in de hand, waardoor de zorgpraktijk in een richting stuurt van datgene wat met behulp van de EBP-methodiek onderbouwd kan worden hetgeen ten koste gaat van zorg waarbij dit niet of moeilijk kan (of zorg die commercieel gezien niet interessant genoeg is).

Volgens de Raad zouden professionals (zoals artsen) onzekerheid in de bewijsvoering moeten omarmen en de context van patiënten centraal zetten. Wetenschappers zouden moeten erkennen dat wetenschappelijk bewijs altijd onaf is en steeds onderwerp moet blijven van nieuwe inzichten en ervaringen. Zorgverzekeraars, overheid en toezichthouders zouden ruimte moet bieden aan een experimentele benadering van de zorgpraktijk in de kaders die zij stellen. Dit betekent volgens de Raad ook dat het Zorginstituut in de advisering over het pakketbeheer rekening dient te houden met de context waarin de zorg wordt geleverd en met andere kennisbronnen dan wetenschappelijk bewijs.

Zowel prof. dr. P.M. van Hagen (immunoloog, Erasmus MC), prof. V.E.P.P. Lemmens (Erasmus MC en IKNL) als mr. drs. Nicole Kien (advocaat, LS&H Lawyers) verzorgen op woensdag 5 juli a.s. ieder vanuit hun eigen expertise een besloten bijeenkomst in het Groothandelsgebouw, CIC, Venture Café te Rotterdam met als zeer actueel onderwerp: “Bewijs van effectiviteit van innovaties: het kraak en haalt het 2020”. Daarin zal het rapport van de Raad zeker aan bod komen.


[1] www.raadrvs.nl

[2] In principe is EBP hetzelfde als EBM, maar verbreed naar andere disciplines en domeinen binnen en buiten de gezondheidszorg.

  • Vonnis Preferentiebeleid Menzis Vitamine D

    Vonnis Preferentiebeleid Menzis Vitamine D

    Op 1 november 2018 heeft de Voorzieningenrechter een belangrijk vonnis gewezen over de reikwijdte van het preferentiebeleid op genee...

    Lees meer
  • PfizerTalks

    PfizerTalks

    On Thursday 1 November 2018, LS&H Lawyers (attorney at law Nicole Kien) will bring her expertise to Venture Café as the first ...

    Lees meer